Gitaarlessen

Les 1

Zoals je kunt zien heeft een gitaar zes snaren. Als je naar de nek van de gitaar kijkt, zie je een hele rits ijzeren staafjes. Dit zijn de frets. Als je rechtshandig bent en je houdt de gitaar op je schoot, zie je helemaal links de eerste fret, daarnaast zit de tweede, enzovoort. Van boven naar beneden zie je de volgende snaren: E A D G B E (van dik naar dun, of van lage naar hoge tonen). In tabulatuur ziet dat er zo uit:

E ----------------
B ----------------
G ----------------
D ----------------
A ----------------
E ---------------- 
Zoals je kunt zien, is de lage, dikke E-snaar de onderste snaar. Deze lage E is de eerste snaar die je ziet wanneer je de gitaar op je schoot houdt.
Wanneer je gitaar speelt, gebruik je de vingers van je linkerhand om de akkoorden te vormen. Je duim plaats je aan de achterkant van de nek, ongeveer ter hoogte van de tweede fret, en daar laat je hem staan zonder hem verder nog te gebruiken of al te veel te bewegen. Alle noten die je speelt op de eerste fret speel je met je wijsvinger (w). De noten op de tweede fret speel je met je middelvinger (m), de noten op de derde fret speel je met je ringvinger (r), de noten op de vierde fret moeten met je pink gespeeld worden (p).

Om dit te oefenen, kun je de volgende oefening spelen:

E --------------------------------------------------------0-1-2-3-4-| 
B ---------------------------------------------0-1-2-3-4------------| 
G ----------------------------------0-1-2-3-4-----------------------| 
D -----------------------0-1-2-3-4----------------------------------| 
A ------------0-1-2-3-4---------------------------------------------| 
E -0-1-2-3-4--------------------------------------------------------| 

Je begint met de eerste snaar. Dit is dus de dikke E-snaar. Als eerste zie je een -0-, hetgeen betekent dat je die snaar 'open' speelt, dus zonder je vingers op de fret. Je neemt gewoon je plectrum en slaat de snaar een keer aan. Vervolgens zie je een -1- op de E-snaar. Dit betekent dat je naar de eerste fret op de bovenste snaar moet gaan en daar je vinger vlak voor (dus niet op!) de eerste fret moet zetten. Omdat het om de eerste fret gaat, gebruik je dus je wijsvinger. Ga dan naar de tweede fret. Plaats je middelvinger net voor de tweede fret en sla de snaar aan. Hetzelfde geldt voor de derde en de vierde fret, waarvoor je respectievelijk je ringvinger en je pink gebruikt. Als je dit gedaan hebt, ga je naar de tweede snaar, waar je dezelfde oefening doet, en naar de andere vier snaren.

Zo, dat was de eerste oefening. Een beetje saai, maar niet zo moeilijk, toch? Nu weet je een beetje hoe je tabulatuur moet lezen, maar je weet nog niet welke noten je hebt gespeeld. Nou, die noten vind je dus op een toonladder (daar heb je vast al wel eens van gehoord). Een toonladder bestaat uit de volgende tonen:

A B C D E F G

Nou, da's makkelijk, toch? Maar, zoals een piano niet alleen witte, maar ook zwarte toetsen heeft, heeft een gitaar iets vergelijkbaars. De zwarte toetsen op een piano worden gebruikt om halve noten te spelen, noten die dus een halve toon boven hun normale toon liggen. Halve noten liggen tussen twee hele noten in. We gebruiken het teken # om aan te geven dat het om een halve toon gaat. Elke toon op de toonladder heeft een halve toon, behalve de B en de E. Een toonladder met kruizen ziet er dus als volgt uit:

A A# B C C# D D# E F F# G G#

Dus van A naar A# is een halve toon, van A# naar B is een halve toon, maar ook van B naar C is een halve toon, hoewel het eruit ziet als een hele toon. Dit is natuurlijk niet zo, want de B heeft geen kruis bij zich. Als we kijken naar de gitaar en de snaren, zijn dit de tonen die je speelt als je een bepaalde snaar op een bepaalde positie bespeelt:

Frets: 1    2      3      4      5      6

E||--F---|--F#--|--G---|--G#--|--A---|------| 
B||--C---|--C#--|--D---|--D#--|------|------|
G||--G#--|--A---|--A#--|------|------|------|
D||--D#--|--E---|--F---|--F#--|------|------|
A||--A#--|--B---|--C---|--C#--|------|------|
E||--F---|--F#--|--G---|--G#--|------|------|
Majeur toonladders

Alle noten hebben een eigen toonladder. Deze toonladders kun je bijvoorbeeld in een majeur toonaard spelen. Zoals je boven hebt kunnen zien zijn er twaalf noten (inclusief de kruizen), dus er zijn twaalf toonladders (in allerlei toonaarden). De majeur toonladders speel je, als je speelt wat je hierboven hebt gezien. Een toonladder bestaat uit acht tonen: een octaaf. Een octaaf heeft acht noten, die één voor één omhoog gaan, behalve de tweede en de zevende toon. Die gaan maar een halve toon omhoog. Een majeur toonladder ziet er dus als volgt uit:

  +1 +1 +1/2 +1 +1 +1 +1/2

Dit levert de volgende toonladders op:
  +1  +1 +1/2  +1  +1  +1 +1/2
C   D   E    F   G   A   B    C 
C#  D#  F    F#  G#  A#  C    C#
D   E   F#   G   A   B   C#   D
D#  F   G    G#  A#  C   D    D#
E   F#  G#   A   B   C#  D#   E
F   G   A    A#  C   D   E    F
F#  G#  A#   B   C#  D#  F    F#
G   A   B    C   D   E   F#   G
G#  A#  C    C#  D#  F   G    G#
A   B   C#   D   E   F#  G#   A
A#  C   D    D#  F   G   A    A#
B   C#  D#   E   F#  G#  A#   B

Dit was je eerste gitaarles. Oefen veel, totdat je snapt wat hierboven allemaal geschreven staat. Het zal in het begin niet makkelijk zijn, dat weet ik uit ervaring, maar blijf doorgaan en het zal je lukken!

Als je vragen hebt, kun je me mailen op joice @ wxs .nl.